16/07/2018
Satriani

de stoeprand

Vanavond naar de afsluitende avond van de Sena Performers European Guitar Award (SEGA) in Gebouw-T te Bergen op Zoom. Dit jaar gaat de award naar Joe Satriani, één van de belangrijkste rockgitaristen van de voorbije dertig jaar. En toevallig ook werkgever van mijn vrienden Mike Keneally en Bryan Beller. Op Wikipedia lees je meer over Joe. En ook al ken je zijn werk niet (wat ik me best kan voorstellen), misschien heb je weleens van hem gehoord als zijnde de man die Coldplay op vermeend plagiaat aansprak.

Ik ken de muziek van Satriani uit de tijd dat wij allebei nog haar op onze kruin hadden staan. Een aantal geweldige gitaar instrumentals, speltechnisch van een andere wereld, inclusief duikvluchten en veel pielen. Na verloop van tijd had ik het wel gehoord en ik heb hem daarna ook niet echt meer gevolgd. Tot voor een paar jaar terug, toen eerst Mike en later ook Bryan in Satriani’s band gingen spelen.

Mike Keneally? Bryan Beller? Vrienden? Ja, hoe vat ik dit in een paar zinnen samen? Ik leer Mike kennen als gitarist/toetsenist in de 1988 band van Frank Zappa. Later speelt hij -samen met Bryan, en ook Joe Travers (nu ook bij Satriani)- in Z, de band van de zonen Zappa. En hij heeft dan inmiddels al een paar soloplaten gemaakt. Bizar virtuoos, eclectisch en humoristisch. Bryan speelt vanaf midden jaren negentig in Mike’s bands.

Als ik in 1996 online ga, kom ik al snel in contact met Mike en Bryan. Daaruit zijn goede, langdurige vriendschappen ontstaan, inmiddels ook met een zakelijk randje. Ik ben in 1998 naar Amerika gegaan om een aantal optredens mee te maken. Ik run de Keneally Tour Chronology. Ik heb wat promotie werk gedaan, enkele contacten gelegd, etc. In 2013 heb ik voor Mike een nieuwe website gebouwd, en inmiddels is de opvolger van die site ook al weer een tijdje in de lucht.

Kortom, als Mike in de buurt is (en ik tijd -en zin- heb), dan zoek ik hem op. Dus ook deze tour. En het komt mooi uit dat de SEGA in Bergen Op Zoom wordt uitgereikt aan Joe Satriani. Dichtbij. Mooie aanleiding. En kameraad Martijn gaat mee, dus nog een prima reden.

Martijn en ik zijn al meer dan dertig jaar bevriend. Vroeger speelden we samen in bandjes. Volgens mij hebben we zelfs een tijdje een Satriani song gespeeld. Na die tijd is het contact minder intensief geworden, maar altijd goed gebleven. En de laatste jaren spreken en zien we elkaar -ook door zakelijke samenwerking- weer regelmatig. Goede vriend.

 

Ik ben mooi op tijd bij Martijn, draai de stoep op, en hoor een harde knal. Schijt! Ik heb mijn linkervoorband aan flarden gereden. Op de een of andere manier heb ik de scherpe punt van een hoge stoeprand weten te raken. Dure winterband naar de gallemiezen. En geen reservewiel, want Fiat heeft alleen een pompje met van die reparatieprut meegeleverd.

Wat nu? De broer weet meestal raad in dit soort situaties. Dus hem gebeld. Ondertussen is Martijn op de knal afgekomen. Snel overleg: we laten mijn auto staan, morgen lossen we het bandenverhaal op, en we gaan met Martijn’s wagen naar Bergen Op Zoom.

Ik vloek een paar keer. Kwaad op mezelf. Prutser. Niets meer aan te doen. Loslaten.

Bij  Gebouw T in Bergen Op Zoom aangekomen zien we nog net de intocht van Joe en de burgemeester van BoZ, plus gevolg. Mike loopt met de Jan Akkerman op, wat om meerdere redenen goed is om te zien. Na wat ceremoniële plichtplegingen gaat het gezelschap naar binnen, en kunnen ook wij gewone stervelingen richting entree.

Het is even zoeken. Ik sta op de gastenlijst, als het goed is. Maar het Sena meisje kan mijn naam niet vinden, het is druk, paniek. Ze gelooft me op mijn blauwe groenbruine ogen; Martijn en ik krijgen een stempel en we kunnen naar binnen. Ja, en de afterparty? Dus terug. Het blijft wat onduidelijk. Als ik het mailtje van Keneally met de uitnodiging laat zien, valt het kwartje en krijgen we de VIP bandjes. He he! Bier! Martijn zorgt goed voor me.

De show is dan net begonnen. Dus de zaal in. Optredens van de 14-jarige Yoebe Hollestelle, zangeres Anneke van Giersbergen, een zanger van Sleeze Beeze, en een paar anderen, begeleid door de huisband van Leendert Haaksma, met Michel van Schie op bas, Hans Eikenaar op drums, en een toetsenist (naam vergeten). Even later krijg ik een berichtje van Mike met de vraag of we naar het balkon komen. Ah, daar zijn die VIP bandjes dus voor.

Een hartelijk weerzien met Mike. Martijn voorstellen, even snel bijpraten (straks is er meer tijd), en gezamenlijke bekenden (Karin, Frenci, natuurlijk Co – “Hee, Antal!”) begroeten. Goed gezelschap. We luisteren en kijken naar de andere performers, zoals flamenco-gitarist Edsart Udo de Haes (muzikaal hoogtepunt van de avond) en de Jan Akkerman.

Daarna volgt de uitreiking van de Sena Performers European Guitar Award aan Joe Satriani. Adrian ‘Adje’ Vandenberg mag het beeldje overhandigen, er zijn enkele sprekers, en een aantal muzikale vrienden van Satriani spreekt hem vanaf het scherm toe. Vai steelt de show.

Inmiddels weten we dan dat de set van Satriani maar zes songs bevat, zeg drie kwartier. Ik vind het wel best (‘t is mijn vierde of vijfde Satriani concert), maar ‘t is een beetje jammer voor Martijn dat het zo kort is. Wel een toffe set, dus dat maakt het weer goed.

Vrij snel na afloop staan Mike en Bryan -die pas net voor de Satriani set arriveerde- weer op het balkon. Een lang gesprek met Mike over de plannen voor dit en komend jaar, over hologrammen, over Vinnie, over dertig jaar later, wat zakelijke dingetjes, een paar privé zaken. Goed om bij te praten. Altijd goed.

Dan is het voor hen tijd om te gaan. Bryan vraagt nog wel of we meegaan. Maar ach, het loopt tegen middernacht en morgen is het weer gewoon werken. Trouwens, ik ken dat: naar de volgende locatie, wachten tot zij er zijn, en dan verdwijnt na een minuut of vijf de eerste want moe, snel gevolgd door de tweede want bellen met thuis, de derde omdat er een scharrel op hem wacht, en voor je het weet is iedereen foetsie. Mike heeft sowieso nog een Skype met de ZFT, dus laat maar. Afscheid. Hugs. Tot de volgende.

(Zoals zo vaak vergeet ik om afterparty foto’s te maken.)

Het is half twaalf, we drinken nog een laatste glas, en dan op huis aan. Mooie avond. Ondanks mijn aanvaring met de stoeprand.

Maar wacht, we zijn nog niet thuis.

 

Als we Bergen Op Zoom uitrijden en de snelweg opgaan, zien we dat we voor geen licht hebben. Dimlicht werkt niet. Net iets te gevaarlijk (en strafbaar) om nog veertig of zo kilometer door de nevelige nacht te rijden. En de wegenwacht is er niet voor niets.

Dus bellen en even wachten. Gelukkig staan we bij een 24/7 (Wouwse Tol Zuid), dus koffie, warmte en stoelen zijn voorhanden. Het even wachten wordt veertig minuten. Dan een uur. Het geeft Martijn en mij de kans om over de kleine en grotere zaken des levens te praten. Da’s dan weer mooi.

Uiteindelijk duurt het twee uur voor de man van de wegenwacht er is. Die kan aan die lange wachttijd ook niets doen. Maar wel aan de verlichting. En na een minuut of tien kunnen we onze weg vervolgen. Martijn zet me om half drie thuis af. De arme jongen heeft nog een stukje te gaan.

Het is drie uur als ik het licht uitdoe. Het was een lange dag.

Om zeven uur ben ik weer wakker. En terug in slaap lukt niet. Het wordt een lange dag.

 


Naschrift:
– Martijn en Meike hebben melding gedaan bij de gemeente, inclusief mijn foto’s. Inmiddels is er iemand komen kijken, en volgende week wordt het trottoir/de stoeprand aangepakt.
– Band is kapot, da’s al. Er is een kleine beschadiging op de velg te zien, zonder erg. De broer heeft er meteen de zomerbanden onder gelegd. Blij met de broer. We kunnen er weer tegenaan.